KID. – Analogue Humans

K
W.E.R.F. Records
Een heel aparte release, deze ‘Analogue Humans’. Het betreft namelijk de soundtrack voor een film/documentaire van regisseurs Terry Beks en Kim Vreys. De muziek werd gecomponeerd door KID. (het alter ego van Beks) in samenwerking met muzikanten als onder meer Stef Kamil Carlens, Chantal Acda, Dijf Sanders, Nathan Daems en Rudy Trouvé.
In ‘Analogue Humans’ zoeken de twee filmmakers naar de correlatie en verschillen tussen een analoge en digitale wereld. Fictie en realiteit vloeien in elkaar over. De hoofdrol wordt gespeeld door Dirk Hendrikx. De opnamen hadden plaats vanuit België, Nederland, Tucson (USA) en Tokyo (Japan).
Uiteindelijk draait het om de verhouding tussen mens en techniek, een onderwerp dat doorheen de hele filmgeschiedenis aan bod kwam met wisselend succes. Deze heren pakken het wel origineel aan door de interdisciplinaire invalshoeken. De composities van KID. zijn daarbij aangevuld met ‘Comedy Divine’, een herwerkte versie van ‘Farewell To The Last Man On The Moon’, afkomstig uit het repertoire van het collectief Condor Gruppe. Voor alle duidelijkheid, het album staat volledig op zich en is geen aaneenschakeling van “echte” nummers en instrumentale interludiums zoals dat meestal bij filmmuziek gebeurt.
De titeltrack is meteen de opener. Semi-fluisterpop ingebed in een cocon van akoestische instrumenten (gitaar, contrabas) en analoge synthesizers. De zang is van Chantal Acda en Stef Kamil Carlens. Het is een eerste stap voorwaarts in de nevelen van dit kunstzinnig grensgebied. Vervolgens declameert Rudy Trouvé in parlandostijl over zijn gevecht met verslavingen en vooral hoe hij als winnaar uit de strijd kwam, of toch niet? (‘How I Stopped Stopping’). Dit alles is gelardeerd met gitzwarte David Lynch-trekjes, zeker de bijhorende clip. In ‘A+’ kruisen electrobeats en verdraaide saxofoonkronkels elkaar in een duistere kelderverdieping. Nathan Daems zorgt voor de extra lijzige sfeer op altsaxofoon en ney. Daaropvolgend ontspint zich een beatgetint weefsel rond John Coltrane en algoritmen met de sensuele stem van Joy Adegoke (‘Julany’). Aansluitend is er ‘Dragon Fruits Are Real’ met Buni Lenski op viool. Tot zover de eerste plaatkant.
Kant B dompelt de luisteraar aanvankelijk onder in heuse dubwolken à la Lee ‘Scratch’ Perry. De zang is van Donai Singleton. ‘Flat Roof’ en ‘Cover Me’ bevatten ritmische spielereien tussen organisch en analoog. ‘Comedy Divine’ klinkt dan weer als een onuitgegeven archiefopname van Jeff Buckley waarop deze verdwaalde in een spacy schimmenwereld. Nog meer sciencefiction maar dan met licht huiveringwekkende ondertoon duikt op in afsluiter ‘Manic Colors’, alsof Tangerine Dream en filmregisseur en componist John Carpenter een gezamenlijk project uitwerkten.
Uitgebracht op vinyl met bijhorende kunstfoto’s op lp-formaat die zo ingekaderd kunnen worden.
© Georges Tonla Briquet